zakelijk

Omdenken bij jouw organisatie? Dat kan!

Boek ons

Bolletjesmuts

07-08-2013
8253976041

Toen ik negen jaar was, waren een bepaalde soort mutsen met een leren opzetstuk  in de mode. Bijna niemand had zo’n muts. Ze waren nogal duur. Mijn moeder had als alleenstaande moeder – mijn vader was niet veel eerder overleden – niet veel geld. En dus zou zij nooit en te nimmer zo’n muts voor mij kunnen kopen. Ik had juist een hele goedkope muts. Zo’n gebreid geval met een touwtje en een bolletje. Als je liep of fietste leverde het ‘t beeld om van een kinderachtig om je hoofd dansende wollen stuiterbal. Ik hield van mijn moeder, maar ik haatte de muts. Toch wist ik op een onverwachtse manier aan mijn felbegeerde muts te komen.

Op weg van school naar huis kwam ik regelmatig een groepje pesterige jongens van de vijfde klas tegen. Nog voor de school uit ging, maakte ik me meestal al zorgen of ik die dag heelhuids thuis zou komen. Op een dag merkte ik dat één van die jongens, Freek, de grootste bullebak van allemaal, me op zijn fiets achterna kwam. Vanuit een impuls nam ik een besluit. In plaats van harder te gaan rijden, trapte ik juist rustig verder. Wat ik hoopte dat zou gebeuren, gebeurde. Freek griste de muts van mijn hoofd, ging er als een speer vandoor en sloeg de eerste de beste straat linksaf. Wat deed ik? Bijna net zo snel fietste ik rechtdoor. Op weg naar huis. Bevrijd van mijn lelijke muts. Thuisgekomen hing ik snel mijn spullen aan de kapstok, zodat mijn moeder niet in de gaten zou hebben, dat ik geen muts bij me had. Dat vertel ik later wel, dacht ik bij mezelf. 

Op dit punt kon mijn dag eigenlijk al niet meer stuk, maar het zou nog mooier worden. Na een uur werd er aangebeld. Mijn moeder deed open. Het was Freek. Met zijn moeder. Vanuit het andere eind van de gang volgde ik heimelijk het gesprek. ‘Mevrouw, mijn zoon Freek komt vandaag thuis en wat vind ik tussen zijn spullen? Een kapotte muts! Toen ik hem vroeg van wie die muts was, vertelde hij dat ie van uw zoon Joop is. De muts is niet meer te maken en dat vind ik heel erg. Daarom heb ik tegen Freek gezegd dat hij zijn excuses aan Joop moet aanbieden. Daarom zijn we gekomen.’ Beslist duwde Freek’s moeder hem in de deuropening naar voren. ‘Joop, kom er eens bij’, zei mijn moeder. `Freek wil je iets vertellen.` Schoorvoetend ging ik tegenover Freek staan. Hakkelend deed hij zijn verhaal. ‘Het spijt me Joop, dat ik je muts heb afgetrokken en stuk gemaakt. Sorry. Je mag van mijn zakgeld een nieuwe muts uitzoeken. Je mag zelf weten welke.’

Inwendig maakte ik een sprong van blijdschap. Hier stond ik tegenover de grootste pestkop van de school . En wat hij nog niet wist, wist ik op dat moment al wel. Deze bullebak had zojuist de door mij zo felbegeerde muts met lederen opzetstuk gefinancierd.

Bron: Joop Bonekamp

07-08-2013
Omdenken bij jouw organisatie?
Dat kan!
Bekijk de mogelijkheden